Anton_van_Rossum_37

Anton van Rossum

9 June 2006

J.M. vraagt:

Na mijn studie experimentele fysica ben ik sinds het midden van de jaren tachtig actief in de hightechindustrie. Ik heb altijd in een productieomgeving gewerkt, eerst in staffuncties en later als projectleider. Een constante factor in mijn carrière is dat mijn baan verdwijnt doordat de productie verhuist naar China of een ander lagelonenland. Daardoor ben ik al vaak van positie veranderd. Ook nu ben ik weer op zoek. Dat valt op mijn leeftijd niet mee. Ik stel mij zeer plooibaar op voor wat betreft locatie en salarisniveau maar tot dusverre zonder resultaat. Er zijn maar weinig functies waar ik helemaal op pas. Het lijkt erop dat de maakindustrie uit Nederland verdwijnt. Niet alleen de simpele productie, maar ook de innovatieve ontwikkelingen. Moet ik me laten omscholen of ziet u nog toekomst voor de Nederlandse maakindustrie?

De headhunter antwoordt:

Met de huidige trend van banenverlies in de productiesector is een omscholingscursus misschien nog niet eens zo‘n gek idee. Met een beetje geduld en doorzettingsvermogen moet het toch lukken een nieuwe functie te vinden. Al is het weer tijdelijk.

 advertorial 

The waves of Agile

Derk-Jan de Grood has created a rich source of knowledge for Agile coaches and leaders. With practical tips to create a learning organization that delivers quality solutions with business value. Order The waves of Agile here.

Het is gênant om te zien met welke nonchalance wij in Nederland omgaan met onze maakindustrie. De politiek, vakbonden en onze intellectuelen zien het belang hiervan niet voor onze economie, of zijn door een verstarrend fatalisme geïnfecteerd. Terwijl het ene na het andere bedrijf vanwege een uitgeholde concurrentiepositie zijn productie naar het Oosten verhuist, meent professor Kleinknecht van de TU Delft dat de dreiging de productie te verplaatsen naar China of Oost-Europa vaak een lege huls is en wordt gebruikt om werknemers angst aan te jagen. Kleinknecht denkt dat verplaatsing van productie alleen zin heeft bij het eenvoudige standaardwerk. ’Je moet ook helemaal niet treurig zijn als dat werk uit Nederland verdwijnt. Een rijk land als Nederland moet helemaal niet willen dat je zulk standaardwerk houdt‘, zegt hij. Het is echter niet alleen het standaardwerk maar ook het hoogtechnologische productiewerk in fabrieken voor onder meer auto‘s, chips en lampen dat wij kwijtraken. De hoge loonkosten hollen de concurrentiepositie van de Nederlandse fabrieken namelijk volledig uit.

Intussen verzetten de vakbonden, die pretenderen de belangen van de werkende klasse te vertegenwoordigen, zich met hand en tand tegen ’afbraak van verworven rechten‘. Het betreft de ATV, de VUT en het systeem van salarisschalen zoals vastgelegd in CAO‘s. Onze concurrentie in Azië en andere buitenlanden vaart wel bij de onaflatende inzet van deze dames en heren. Zij vergeten echter dat de mensen die deze fabrieken bevolken of bevolkt hebben niet zomaar emplooi vinden in een andere sector van de economie. De politiek kan wel inzetten op innovatie en de kenniseconomie, maar daarmee is het merendeel van de laag opgeleide werknemers en schoolverlaters niet geholpen. Het risico dat wij lopen is dat voor een deel van onze bevolking structureel geen plaats meer zal zijn op de arbeidsmarkt. Wanneer wij nu geen randvoorwaarden scheppen waarbinnen rendabiliteit voor productiebedrijven in Nederland mogelijk is, zal zich dit rampscenario voltrekken.

Een frappant mechanisme in deze tijd waarin de betaalbaarheid van de AOW en de VUT prominent op de politieke agenda zijn geplaatst, is de onwil van werkgevers om sollicitanten boven een zekere leeftijdsgrens in dienst te nemen. Reden hiervoor is zelden het gebrek aan ervaring dat de sollicitant meebrengt. De hoofdoorzaak is meestal het salarissysteem dat is opgelegd door de CAO waardoor een oudere werknemer onevenredig veel duurder is dan een jongere, terwijl de arbeidsproductiviteit bij de laatste groep hoger ligt. Veranderingen in het CAO-systeem is in ons huidige politieke en sociaaleconomische klimaat echter niet te verwachten.