Anton van Rossum 

10 April

K.P. vraagt:

Een paar jaar geleden ben ik met twee andere ingenieurs een fabless semiconductorstartup begonnen als spinoff van een tu. Met behulp van de regionale ontwikkelingsmaatschappij, de universiteit en eigen geld hebben we een chip ontworpen die in een specifiek marktsegment een zeer interessante productverbetering zal brengen. De energieconsumptie bedraagt slechts tien procent van die van de beste concurrenten en de precisie is duizendmaal beter. Omdat het product in cmos wordt gemaakt, zal de prijs bij hogere volumes ook zeer concurrerend zijn.

De chip is bijna klaar voor productie, we hoeven hem alleen nog te testen. Ons geld is echter bijna op. Daarom zijn we al geruime tijd geleden begonnen te zoeken naar nieuwe investeerders. Hiervoor hebben we een gespecialiseerd bureau ingeschakeld dat in contact staat met een groot aantal vc’s en geldschieters.

Het blijkt niet mee te vallen een investeerder over de streep te trekken zich te committeren. Wij hebben er twee gevonden die voor een paar ton willen deelnemen, zij het onder de voorwaarde dat een andere partij minimaal een miljoen ophoest. We dachten die partij gevonden te hebben, maar die heeft zich na een uitgebreid boekenonderzoek toch teruggetrokken, naar het zich laat aanzien.

Onze situatie begint onhoudbaar te worden; doordat we de kosten van chipevaluatie niet kunnen betalen, loopt ons ontwikkelteam langzaam leeg. Wat kunnen we doen om de zaak te redden?

De headhunter antwoordt:

Het wekt op zijn minst verbazing dat jullie er tot nu toe niet in geslaagd zijn financiering te vinden. Jullie hebben een bijzonder interessante productinnovatie voor de sterk groeiende iot-markt en jullie product is bijna rijp voor productie.

Het is waar dat veel private-equitybedrijven meer interesse hebben in scale-ups dan in startups. Bij starters lopen ze nu eenmaal een groter risico dan bij groeiers – die hun bestaansrecht al hebben bewezen. Om die reden zijn er de laatste jaren enkele fondsen opgericht die expliciet als doelstelling hebben het financieren van hoogwaardige kennis aanwezig op de tu’s en kennisinstituten: Innovation Industries in Nederland en Imec.Xpand in België. Beide beschikken over aanzienlijk kapitaal. Verder zijn er diverse fondsen die ook in techstartups investeren indien dat binnen specifieke doelstellingen valt, zoals agro, cleantech of medisch.

Bij de investeringsbeslissing spelen twee vragen vaak een grote rol: kan het fonds het geld terugverdienen binnen een afzienbare termijn en is er een fatsoenlijke return-on-investment? Deze criteria maken het voor veel hardwarestarters extra moeilijk om financiering te krijgen. Vergeleken met software- en dienstenstartups zijn relatief hoge investeringen nodig, is de terugverdientermijn langer en het risico hoger.

In jullie geval is het ook nog eens bijzonder vreemd dat een investeerder zich terugtrekt na de due diligence. Zo’n due diligence kost toch tijd en geld. Wat kunnen ze in godsnaam hebben gevonden in de boeken dat de investeringsbeslissing beïnvloedt?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom geldschieters initieel niet willen investeren. Ze kunnen bijvoorbeeld twijfelen aan de technische kwaliteiten van het product of aan de mogelijke tractie die het zal krijgen op de markt. Wanneer je alleen de laatste tests nog moet verrichten, kun je daar wellicht een aparte financier voor zoeken. Met de testresultaten kun je dan de investeerders over de streep trekken.

Daarnaast kun je proberen een geïnteresseerde klant te bewegen een lening te verstrekken, al dan niet converteerbaar in aandelen. Het is dan wel zaak een werkbare waardering bij conversie op te nemen in de overeenkomst.