Paul van Gerven is redacteur van Bits&Chips.

12 juli

Heeft u het ook gemerkt? De manier waarop Nederland kijkt naar techniek is aan het veranderen. Neem ASML. Tot nog niet eens zo lang geleden behandeld als een beursnotering, tegenwoordig lopen journalisten er de deur plat. Oké, vooral om zich aan de spectaculaire groei te vergapen, maar toch: je voelt dat er een nieuwe waardering voor techniek en maakindustrie is ontstaan. ASML figureerde vorig jaar als economisch anker én als bron van nationale trots prominent in de discussie of de overheid Nederlandse bedrijven mag beschermen tegen vijandige buitenlandse overnames. Topman Peter Wennink werd uitgenodigd aan de tafels van Buitenhof en Nieuwsuur.

Ook in de breedte is er meer aandacht voor bèta. Een cameraploeg van de NOS reed achter de Nederlandse zonnewagens aan tijdens de World Solar Challenge in Australië en deed dagelijks verslag. Over winst van Nederland in het wk robotvoetbal berichtten de algemene media. Tv-colleges van Robert Dijkgraaf en andere aaibare wetenschappers worden goed bekeken, terwijl het aanbod via moderne kanalen (Tedx Talks, Youtube, podcasts) al fors was gegroeid. Op festivals als Lowlands en Zwarte Cross vertellen wetenschappers over hun werk.

Of neem zo’n actie als ‘Tech is te gek’ van Albert Heijn en het Nemo Science Museum. Het klassieke plaatjes verzamelen, maar met een moderne augmented reality-dimensie die toegankelijk is via een app. En passant leren kinderen iets over technologie en programmeren, voor scholen is bijpassend lesmateriaal ontwikkeld. ‘De rol van technologie in onze samenleving wordt steeds belangrijker. Met deze actie willen we kinderen laten kennismaken met de wereld van tech. Zo ontdekken ze zelf hoe leuk tech is en hoe het vooruitgang mogelijk maakt’, lichtte AH-ceo Wouter Kolk de actie toe. Tien jaar geleden maakte de topman van een supermarktketen zich daar echt niet druk om.

Zo verbetert het imago van techniek met de dag. Onderzoekers, uitvinders en technici weken zich los van de stereotype dik bebrilde einzelgängers naar mensen die midden in de maatschappij staan. Ze genieten misschien niet hetzelfde aanzien als sporthelden en filmsterren, maar steeds vaker vervullen ze de heldenrol in fictie. En ze worden in reportages ieder geval neergezet als iemand met een spannende en belangrijke baan. ‘Nerd’ is geen scheldwoord meer, maar synoniem voor iemand die mooie dingen doet.

Dat is belangrijk, want stereotypes zijn hardnekkig. Als ze er eenmaal zijn, houden ze zichzelf in stand. Mediamakers grijpen er onwillekeurig naar, omdat ze niet willen afwijken van de norm. Of omdat ze nu eenmaal niet beter weten. Ze denken er waarschijnlijk niet eens bij na hoe hopeloos achterhaald ze een techneut neerzetten.

De technieksector heeft in Nederland decennialang tegen deze beeldvorming moeten opboksen. Jongeren kiezen een studie of beroep nu eenmaal niet alleen op basis van interesses. Het beeld van een vak dat zij tijdens hun jeugd krijgen voorgeschoteld, heeft daar een belangrijke invloed op. Het is niet alleen wat ze willen worden, maar ook wie – het is een identiteitskwestie. Bij welke groep je je aansluit, bepaalt mede wie je bent.

Daarom is het erg fijn dat het beeld nu aan het kantelen is. Je kunt nog zo veel verzinnen om kinderen meer en eerder in hun leven met techniek in contact te brengen, zolang ze schadelijke stereotypen krijgen voorgeschoteld, is het effect niet optimaal.

En het mooiste is: na jaren moeizaam omhoog duwen, begint de steen nu langzamerhand bergaf te rollen. Mensen raken er steeds meer van doordrongen hoezeer techniek tot in de haarvaten van de samenleving doordringt. Met een nieuwe digitaliseringsslag voor de deur zal iedereen gaan beseffen dat technologie soms problemen veroorzaakt (Facebook, dieselschandaal), maar altijd onderdeel van de oplossing is. Dat is toch een veel prettiger frame dan dat verschrikkelijke ‘vies, vuil en zwaar’-cliché, nietwaar?