10 juli

Als de business lekker liep bij Intel had de raad van commissarissen wel een manier gevonden om Krzanich op zijn post te houden. Maar de business loopt niet lekker, dus moest er een stok worden gevonden om mee te slaan – de ware reden(en) wil het bedrijf natuurlijk niet aan de grote klok hangen. Het werd een onschuldige relatie met een collega.

Dat is mijn gevoel na een rondje langs de Silicon Valley-pers. U moet mij dus niet op mijn woord geloven; dit is geen onderzoeksjournalistiek. Ik heb geen eigen bronnen en ik heb geen contact opgenomen met Intel. Wel heeft in de loop der jaren mijn bewondering voor het bedrijf steeds meer plaatsgemaakt voor wantrouwen jegens diens pr-machine. Daarom ben ik niet geneigd om Intel het voordeel van de twijfel te geven. Dat u het maar weet.

Foto: Web Summit

De opgegeven reden voor het ontslag is verdacht omdat het niet aansluit bij de bedrijfscultuur van Intel. De processormaker heeft weliswaar net als alle Amerikaanse bedrijven strikte regels op papier staan over gewenste en ongewenste intimiteiten op de werkvloer, maar in de praktijk wordt daar soepel mee omgesprongen. Zo ontmoette Krzanich’ (inmiddels overleden) voorganger Paul Otellini zijn vrouw bij het bedrijf. Die relatie is nooit een geheim geweest. Die van Krzanich ook niet, naar het schijnt.

De vraag is: waarom moest Krzanich dan weg? Dit is mijn top drie.

1. 10-nanometerproblemen

De productie van 10-nanometerchips wil maar niet op gang komen bij Intel. Oorspronkelijk zouden deze chips eind 2015, begin 2016 op de markt komen, maar inmiddels is dat uitgesteld tot een niet nader gespecificeerd tijdstip in 2019. Ondertussen heeft bijvoorbeeld TSMC al 7-nanometerchips in productie, die wat procestechnologie betreft min of meer equivalent zijn aan Intels 10-nanometerchips. Na de zomer begint de Taiwanese foundry aan een geüpgradede 7-nanometerversie (met euv-lithografie) en mogelijk heeft het 5-nanometerchips in productie als Intel eindelijk met 10-nanometerchips komt. Intel heeft met andere woorden zijn voorsprong uit handen laten glippen en de deur opengezet voor AMD om een comeback te maken.

2. Gpu’s genegeerd

Intel wilde de gpu maar niet op waarde schatten. Nieuwe rekentaken als machine learning en big-data-analyse moesten en zouden met de x86 worden afgehandeld. De laatste jaren renden gpu’s rondjes rond de Xeon Phi, een rebrand van een mislukte grafische chip voor consumenten, zonder antwoord van Intel. Gevolg: Nvidia kon zonder noemenswaardige tegenstand het datacentrumsegment binnendringen. Diens omzet is naar verwachting eind van dit jaar met een factor zeven gegroeid sinds begin 2017. De vraag is of Intel dat momentum nog kan breken met een eigen gpu of hybride fpga-cpu-oplossingen.

3. Meltdown en Spectre

Als grootste leverancier van rekenkracht aan datacentra maakte Intel met Meltdown en Spectre geen goede beurt bij deze belangrijke groep klanten. Maar ook als datacentra een andere leverancier hadden gekozen, zouden ze met deze kwetsbaarheden te maken hebben gehad: alle cpu-makers hebben ze over het hoofd gezien. De achteruitgang in performance na de reparatie was dus niet te vermijden. Maar dat Intel inadequate patches heeft uitgebracht die weer werden ingetrokken, heeft datacentra een hoop extra ellende opgeleverd. In dit soort situaties is het wel eens nodig een topman te slachtofferen, zeker als hij het nodig vond om tijdens de afhandeling van dit alles zo veel aandelen als toegestaan te verkopen.