Pieter Edelman
14 October 2016

Sjaak Deckers stond aan de wieg van Philips’ joint venture met Siemens en Thales voor röntgendetectoren en leidde spin-off Sapiens voor hersenstimulatoren. In april ging hij op de High Tech Campus aan de slag met het nieuwe bedrijf G-Therapeutics, dat dwarslaesiepatiënten het gevoel in hun benen terug wil geven. Een gesprek over succesvol ondernemen in de medische technologie.

Meer dan vijfendertig miljoen euro haalde Sapiens Steering Brain Stimulation tussen 2011 en 2013 bij investeerders op voor het ontwikkelen van een compleet nieuwe generatie elektrische hersenstimulatoren. Het bleek een goede investering, want in 2014 betaalde Medtronic tweehonderd miljoen dollar om het bedrijf over te nemen.

Voormalig ceo Sjaak Deckers is ondertussen aan een nieuw avontuur begonnen met even grote dromen en nog grotere geldbedragen: het Zwitsers-Nederlandse G-Therapeutics ontwikkelt een elektronische therapie om dwarslaesiepatiënten weer te laten lopen. Bij de eerste investeringsronde wist het bedrijf al gelijk een startkapitaal van 36 miljoen euro los te peuteren. En dat is mogelijk niet genoeg: Deckers liet in de persverklaring heel onbescheiden weten dat er waarschijnlijk nog wel meer nodig is om het concept de komende vijf jaar uit te werken.

Wie Deckers voor het eerst ontmoet, zal die onbescheiden houding niet direct achter hem zoeken. Hij gaat informeel in overhemd gekleed en spreekt kalm. Maar terwijl hij vertelt over de nieuwe onderneming, begint hij steeds meer te glunderen en slaat de kalmte om in bevlogenheid.

‘Dat komt door het onderwerp en het idee een verschil te kunnen maken voor een grote groep mensen’, legt Deckers uit. Sowieso heeft hij altijd al een zwak gehad voor de medische hoek. ‘Tijdens mijn studie technische natuurkunde ben ik al student-assistent geweest bij het practicum medische fysica voor medicijnenstudenten. Sowieso heb ik destijds getwijfeld over mijn keuze. Ik ben in Groningen gaan studeren omdat ik daar ook nog de mogelijkheid had om naar geneeskunde over te stappen als ik technische natuurkunde niet leuk zou vinden.’

 advertorial 

The waves of Agile

Derk-Jan de Grood created a rich source of knowledge for Agile coaches and leaders. With practical tips to create a learning organization that delivers quality solutions with business value. Order The waves of Agile here.

Sjaak Deckers IMGP8219

G-Therapeutics is gebaseerd op een eerder bedrijfje van Grégoire Courtine, een hoogleraar aan het EPFL-instituut in Lausanne. Die heeft het probleem van dwarslaesies uitgebreid fundamenteel onderzocht en met die kennis is het gelukt om een therapie te ontwikkelen die, in ieder geval bij ratten en apen, weer een deel van de motoriek teruggeeft. Het nieuwe bedrijf wil die therapie nu ook naar mensen brengen.

Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats. Het is nog niet duidelijk in welke mate de aanpak voor mensen werkt en mocht het lukken, dan duurt het nog vijf jaar of langer voordat er een therapie is. En dat dan alleen voor patiënten met een incomplete en lage dwarslaesie.

Maar het bedrijf heeft goede redenen om te geloven in zijn methode. ‘Grégoire heeft eigenlijk twee dingen ontdekt’, legt Deckers uit. ‘Ten eerste op welke plekken in het ruggenmerg je kunt stimuleren om de spiergroepen te adresseren waarmee je je benen strekt en buigt. Het directe besturingscentrum van je benen zit niet in je hoofd maar in je ruggengraat. Het regelen van de balans en dat soort dingen, dat gebeurt daar.’

De loopbeweging – de g in ‘G-Therapeutics’ staat voor ‘gait’, Engels voor ‘gang’ – kan dus elektronisch worden geactiveerd. Chirurgisch moet hiervoor een sonde met diverse elektrodes worden aangebracht in het ruggenmerg, die vervolgens wordt verbonden met een pulsgenerator in de buikholte. Met sensoren in de schoenen kan steeds worden bepaald waar in de loopcyclus de patiënt zich bevindt, waarna de pulsgenerator de juiste spiergroepen kan aansturen – normaal de taak van de hersenen. Het autonome loopcentrum doet vervolgens de rest.

Op deze manier kan een patiënt dus in principe zonder inbreng van de hersenen lopen. Maar het doel van G-Therapeutics ligt eigenlijk nog een stap verder. ‘Ten tweede heeft Grégoire ontdekt dat langdurige fysiotherapie ervoor kan zorgen dat de verbindingen met je hersenen zich voor een groot gedeelte weer kunnen herstellen. Als je heel intensief, intentiegedreven gaat trainen, dus echt probeert een volgende stap te visualiseren, dan gaat je motorcortex signalen naar beneden sturen’, vertelt Deckers. ‘Die houden op in de laesie, maar als je tegelijkertijd ook beweegt, dus als er aan beide kanten iets gebeurt, dan gaan die zenuwen nieuwe uitlopers aanmaken en verbindingen met elkaar vormen. ‘Fire together, wire together’ wordt dat in de neurologie wel genoemd. We hopen dat patiënten met een incomplete dwarslaesie zo weer bewust controle krijgen over hun spieren en de stimulatie van het motorcentrum op een gegeven moment misschien zelfs niet meer nodig hebben.’

It’s a feature

Geen wonder dus dat Deckers er enthousiast over is. Maar hij heeft nog een reden: de mogelijkheid om weer een bedrijf op te bouwen. Het moet in zekere zin zijn derde worden. Naast Sapiens staat namelijk ook Trixell op zijn lijstje, een joint venture die Philips, Siemens en Thales in 1998 in Grenoble opzetten rond nieuwe platte detectoren voor bewegende röntgenbeelden. ‘Dat was ook een start-up, maar grotendeels captive want we hadden maar drie klanten: Philips en Siemens voor eigen gebruik, en Thales die het product aan de rest van de wereld leverde.’

Deckers kwam bij het project terecht na enkele jaren voor Philips Research te hebben gewerkt, eerst aan platte displays en vervolgens aan optische opslag. Daar merkte hij dat hij interesse had in de managementkant, maar toch bedankte hij voor het trekken van een nieuw project om dvd-branders sneller te maken – te weinig bevredigend naar zijn smaak. Liever ging hij iets medisch doen.

Philips was op dat moment marktleider in interventionele röntgensystemen: grote en dure apparaten om bewegende röntgenbeelden te maken voor bijvoorbeeld het live volgen van hartkatheterisaties. Halverwege de jaren tachtig had het bedrijf zich gestort op nieuwe x-ray-detectoren gebaseerd op lcd-displaytechnologie. Dat zou veel compactere en goedkopere detectoren moeten opleveren met hogere kwaliteit. Eind jaren negentig besloot het om deze technologie onder te brengen in de Trixell-samenwerking. Perfect voor Deckers, want het was medisch én gebaseerd op platte displays. Hij volgde een mba met marketingspecialisatie om als productmanager in deze samenwerking aan de slag te kunnen.

Die expertise bleek hard nodig, vertelt Deckers. ‘Destijds waren er nog geen lcd-schermpjes groter dan voor een telefoon. Wij hadden een bedrijfje in Palo Alto gevonden dat voor ons de silicium basisplaten kon maken van maximaal dertig bij veertig centimeter. Maar GE kwam toen met een detector van veertig bij veertig centimeter. We kwamen dus tien centimeter tekort.’

‘Dat hebben we toen slim omgebogen naar: it’s not a bug, it’s a feature. Die veertig centimeter is in de praktijk maar in één richting nodig, en wij konden onze detector in de andere richting erg compact maken terwijl dat GE-systeem erg groot was. Dat is precies wat je nodig hebt in de ok.’ De markt gaf hun hier uiteindelijk gelijk in, want Trixell groeide in enkele jaren uit tot de wereldmarktleider en het aantal werknemers in de Franse fabriek nam in die tijd toe van tien man naar meer dan honderdvijftig.

Na het Trixell-succes bestierde Deckers binnen Philips nog een aantal andere r&d-projecten. Sapiens kwam in zicht toen Research-baas Henk van Houten hem in 2007 vroeg om de researchportfolio van een groep exploratieve medische projecten eens tegen het licht te houden. Philips had aan het begin van het decennium een flink aantal healthgerelateerde overnames gedaan en naar aanleiding daarvan een aantal researchprojecten gestart. Het werd tijd om te beslissen hoe het concern daarmee verder wilde.

‘Daar hebben we een beetje de bezem door gehaald, en toen bleven er een stuk of tien tot vijftien projecten over die mogelijk interessant waren. Een paar daarvan hebben we toen alsnog gestopt, voor een paar hebben we Philips Healthcare kunnen interesseren en vijf projecten hebben we uitgesponnen. Ik had van tevoren wel aangegeven: als je mij aanneemt om al die projecten op te schonen en te kijken of we ze kunnen uitspinnen, dan heb je kans dat ik zelf meega.’

Mogelijkheden waren er genoeg. Zo was er een project om patiënten te monitoren via sensoren onder hun matras (nu Cordian), een elektronische ‘slimme’ pil (Medimetrics), een niet-invasieve meting voor artritis (Hemics) en onderzoek naar het gebruik van antilichamen voor kankerdiagnose en -therapie (Tagworks).

Deckers besloot echter mee te gaan met het project voor deep brain stimulation (dbs). Dat vond hij het meest interessant en bovendien was daar iemand nodig die de businesskant vorm kon geven. Het duurde nog even voordat Philips akkoord was, maar in januari 2010 was er eindelijk toestemming voor de verzelfstandiging. Het vinden van voldoende financiering bleek echter nog een aardige kluif. ‘We hadden tot 1 januari 2011 de tijd gekregen om investeerders te vinden, voordat we binnen Philips wat anders zouden moeten gaan doen. Met kerst kregen we eindelijk een paar toezeggingen van geïnteresseerde investeerders, en pas in mei 2011 zijn we echt begonnen.’

Sjaak Deckers IMGP8229

Mooie onderhandelingspositie

Bij dbs worden elektrodes diep in de hersenen geplaatst en verbonden met een pulsgenerator om een stroompje af te geven. Dit kan worden gebruikt om de symptomen te onderdrukken bij onder meer de ziekte van Parkinson, ongecontroleerde bewegingen, chronische depressie en pijn en waarschijnlijk nog andere aandoeningen.

Patiënten kunnen enorm baat hebben bij de therapie, maar paradoxaal wordt die vaak pas toegepast als laatste redmiddel. De operaties om de sondes te plaatsen, duren lang en zijn erg belastend voor de patiënt, die een deel van de procedure bij kennis moet zijn om de chirurg feedback te geven. Daarnaast kunnen er soms forse bijwerkingen optreden wanneer de pulsjes niet alleen in het doelgebied maar ook in het omliggende weefsel terechtkomen.

Het Philips-project was gericht op een nieuwe generatie van de therapie die tegemoetkwam aan die bezwaren. De troef was om de sonde met chipproductieprocessen te voorzien van enkele tientallen elektrodes, zodat de locatie van de pulsjes veel beter te sturen is. Daardoor zijn er minder bijwerkingen en kan de stimulatie na de ingreep beter aangepast worden aan de situatie van individuele patiënten. De tweede toevoeging was om het systeem uit te rusten met de mogelijkheid om elektrische activiteit te meten. De chirurg zou daardoor objectief kunnen bepalen of de sonde op de juiste plek zit, wat de procedure aanzienlijk sneller moest maken. Uiteindelijk zouden de meetmogelijkheden ook gebruikt kunnen worden voor feedbackgebaseerde sturing.

Philips en Sapiens waren niet de enige met het idee om dbs naar een volgend niveau te tillen met nauwkeurigere sondes, terugkoppeling en betere elektronica. Toch zou Sapiens het grote succesverhaal worden. Medtronic, de wereldmarktleider op het gebied van dbs, stond al na ruim twee jaar voor de deur; al zijn klanten hadden het over Sapiens, en wat ze in Eindhoven deden paste precies in zijn visie. Bovendien meldde zich nog een tweede overnamepartij, wat een mooie onderhandelingspositie opleverde.

Hoe verklaart Deckers het succes? ‘Ik denk dat wij een aantal hele goede engineers hadden. Michel Decré en Hubert Martens, de twee medeoprichters, zijn ontzettend slim en hadden de zaak echt héél goed voorbereid. Philips Research pakt dit soort projecten echt wel heel grondig aan. Zij hebben een jaar lang met zijn tweeën de wereld rondgereisd en met allerlei neurochirurgen en neurologen gepraat om te bepalen wat de unmet clinical need was en wat er moest gebeuren.’

‘We hadden als Sapiens ook een reputatie gekregen van een groep die echt luistert naar de wensen van de artsen. We lieten hen bijvoorbeeld de software testen, en dan na drie maanden kwamen we terug en met de boodschap: ‘We hebben naar u geluisterd, en naar anderen, en dit is eruit gekomen. Wat vindt u er nu van?’ En dat deden we dan na drie maanden nog een keertje.’

‘Wij kregen wel kritiek van een concurrerende start-up dat we niet konden focusseren omdat we ook software en andere toebehoren ontwikkelden. Maar uiteindelijk was die software voor Medtronic een belangrijke reden om ons te kopen. Het eerste Sapiens-softwareproduct is nu net CE-gemarkeerd, dat kun je nu kopen.’

Toch was het bepaald niet zo dat alles van een leien dakje liep, moet Deckers toegeven. ‘Laat ik het maar zo samenvatten dat we het hele project veel te optimistisch hadden ingeschat. Sapiens was echt een puur hardcore technologiebedrijf, gebaseerd op heel mooie uitvindingen van Philips Research. Wij konden inderdaad elektrodes maken, met behulp van die dunnefilmtechnologie. Maar als je dat wilt omzetten in een betrouwbaar product moet alles heel robuust zijn. Het geld hebben we in drieënhalf jaar bijna helemaal opgebruikt. Maar we zijn daarmee ook erg ver gekomen. We hadden bijvoorbeeld negentig patentfamilies.’

Sjaak Deckers IMGP8232 2

Duidelijke mijlpalen

Vandaar dus dat Deckers bij G-Therapeutics zo veel hoger inzette qua benodigde tijd en geld. ‘Bij Sapiens moest ik na een investering bijna meteen al gaan zorgen voor de volgende ronde. Daarom heb ik nu tegen investeerders gezegd dat ik het liefste het hele traject in één keer zou financieren, met één groep investeerders.’

Het hielp daarbij natuurlijk dat Deckers geen onbekende was, want lang niet iedereen mag komen pitchen. Maar belangrijker nog was dat hij wist wat hij moest zeggen tegen de investeerders, legt hij uit: ‘Veel enthousiaste jonge ondernemers maken de fout dat ze heel veel gaan vertellen over hun product, maar je moet je in hen verplaatsen en uitleggen waarom jouw bedrijf een goede investering is wat betreft marktpotentieel, ontwikkelplan, kosten, team en exitmogelijkheden.’

Bovendien is het belangrijk om de risico’s af te dekken. ‘Het is niet zo dat we nu in één keer al het geld krijgen; het komt in tranches na het bereiken van een paar duidelijke mijlpalen.’

‘Die manier van risk-based development zie je steeds vaker. Je gaat niet meer meteen kamerbreed alles tegelijk doen om op het eind tot de conclusie komen dat het niet werkt, maar je identificeert alle technische en klinische risico’s en begint stapsgewijs met het aanpakken van de grootste. Op die manier ga je het probleem opeten. Dat is echt wel een evolutie de afgelopen jaren. Je ziet ook dat mensen veel sneller die businesscase vooraf gaan maken. Ik coach nu ook af en toe start-ups, daar is de so what-vraag heel interessant om te stellen: stel dat het allemaal lukt wat je wilt, so what?’

Bij G-Therapeutics zijn de risico’s minder groot dan bij Sapiens, denkt Deckers. Sondes voor stimulatie van het ruggenmerg bestaan al. Voor de toepassing van G-Therapeutics moeten ze wel aangepast worden, maar het bedrijf hoeft er geen eigen fabrieken voor te bouwen. Ook de pulsgenerator is vrij standaard. De grootste uitdaging zit in het doorgeven van de sensorsignalen via een signaalverwerkingssysteem naar de pulsgenerator. Dat moet allemaal binnen enkele tientallen milliseconden draadloos en energiezuinig geregeld zijn.

Daarnaast moet er een robotsysteem komen om de patiënt te ondersteunen zonder hem in de weg te zitten. Maar Courtines groep heeft daar al veel aan gedaan en G-Therapeutics heeft al een enthousiaste partner gevonden voor dat deel.

De grootste vraag voor het bedrijf is dus: hoe goed werkt de beoogde aanpak? Geheel volgens het risicomodel zal het antwoord daarop al in de loop van volgend jaar komen. De Zwitserse groep is onlangs begonnen met een pilotstudie met acht patiënten in een laboratoriumomgeving waar camera’s de feedbackloop verzorgen. ‘In het komende jaar gaan we dus bij een paar patiënten daadwerkelijk zien hoeveel ze vooruitgaan. En wij rekenen natuurlijk wel op een paar wondertjes!’

Karig subsidiebeleid

Het project kwam in beeld toen Deckers zich na de overname van Sapiens niet meer helemaal op zijn plaats voelde binnen Medtronic. Een van zijn investeerders wees hem toen op het werk van Courtine. Het bedrijfje was al een paar jaar bezig maar miste de business-ervaring, iets wat Deckers vaker ziet. ‘Techneuten zijn er genoeg, maar er zijn niet zo veel mensen die ook die ondernemerservaring hebben.’

Met het binnenhalen van de investeerders werd het bedrijf officieel Nederlands met een Zwitsers dochterbedrijf. Het management en de engineering zijn ondergebracht op de High Tech Campus, terwijl de groep in Lausanne zich bezighoudt met de klinische en regulatorische zaken, vlak bij de EPFL-onderzoeksgroep van Courtine, die een dag per week als chief scientific officer voor G-Therapeutics werkt.

De tweelandenconstructie is soms een beetje ongemakkelijk, moet Deckers toegeven. Maar Zwitserland had simpelweg te veel nadelen: ‘Het levensonderhoud is daar erg duur waardoor de salarissen veel hoger zijn dan in Nederland. We kunnen nu voor hetzelfde geld aanzienlijk meer mensen aannemen. Bovendien heeft Zwitserland een heel karig subsidiebeleid. Ik heb hier tien miljoen euro aan Innovatiekrediet gekregen, dat is significant. We kennen hier ook de WBSO en allerlei andere innovatiesubsidies. Ook qua financiering is het veel lastiger in Zwitserland. We hebben geen enkele Zwitserse financier gevonden; die vinden dit soort vroege investeringen te risicovol.’

‘Bovendien wilden wij een internationaal team aannemen, en de High Tech Campus is dan een prachtige omgeving om te zitten. Lang niet zo mooi als Lausanne overigens, maar veel engineers vinden het hier prima. En ik had natuurlijk ook een netwerk hier. Ik heb nog een paar mensen over kunnen nemen van Medtronic. Allemaal in goed overleg hoor; we werken ook met hen samen.’

Een ander belangrijk punt om de risico’s te verminderen is door duidelijk te focussen op, oneerbiedig gezegd, het laaghangende fruit. ‘Grofweg heb je twee parameters die bij een dwarslaesie van belang zijn. De eerste is de hoogte. Als de laesie heel hoog zit, ben je helemaal verlamd; als die iets lager zit, kun je je armen en benen niet gebruiken, en als je dan nog lager komt, dan kun je alleen je onderlichaam niet gebruiken. Als tweede heb je de ernst van de dwarslaesie. De ruggengraat kan helemaal door zijn, dan voel je niks meer en kun je niks meer aansturen, maar in de meeste gevallen heb je een incomplete laesie, waardoor je soms nog een beetje kunt voelen of je been- of voetspieren nog wat kunt bewegen. In onze productontwikkeling gaan we ons in eerste instantie helemaal richten op de groep van incomplete lage laesies, die groep van patiënten die bijvoorbeeld net een beetje kunnen staan, of met behulp van twee krukken heel voorzichtig een beetje kunnen schuifelen.’

Wat niet wil zeggen dat zwaardere patiënten geen baat kunnen hebben bij de therapie, of zelfs slachtoffers van andere neurologische aandoeningen zoals een beroerte. Het academische team van Courtine is al bezig om deze situaties te onderzoeken. ‘Je kunt vanuit zo’n basisplatform allerlei verdere innovaties gaan bedenken. Als het niet mogelijk is om zenuwuitlopers te laten groeien, kun je in principe nog steeds in de hersenen intenties meten en die signalen zou je draadloos kunnen doorsturen. Daar zijn nu mensen in het team van Grégoire naar aan het kijken, en anderen bekijken hoe ook armen en handen kunnen worden gestimuleerd. Maar bij G-Therapeutics richten we ons helemaal op dat eerste product. Want als dat het niet wordt, dan is de rest luchtfietserij.’