Paul van Gerven
25 November 2014

De wetenschap moet meer focus aanbrengen en zich meer in dienst stellen van de samenleving. Dat is de boodschap van de onderwijsbewindslieden Bussemaker en Dekker, die vandaag de contouren bekendmaakten van hun wetenschapsbeleid. ‘De Nederlandse wetenschap behoort tot de internationale top, maar om deze toppositie verder te versterken moeten we nu strategische keuzes maken en dat betekent dat je niet langer alles kunt blijven doen. De maatschappelijke meerwaarde van wetenschap moet maximaal vergroot worden, dat kan in de vorm van onderwijs, valorisatie en economische toepassingen’, aldus staatssecretaris Dekker.

Wetenschappers, universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven gaan samen met maatschappelijke organisaties en betrokken burgers de Nationale Wetenschapsagenda bepalen. Hierin komen de thema’s waar de wetenschap zich de komende jaren op moet gaan richten, en deze worden leidend voor de toekenning van financiering door NWO. Ook andere geldpotjes worden in lijn gebracht met de ambities van de Wetenschapsagenda, die elke zeven jaar zal worden vernieuwd.

Bussemaker en Dekker willen ook samenwerking stimuleren, met name tussen verschillende disciplines. Om verkokering tegen te gaan, komen programmering en verdeling van het budget bij NWO daarom bij een centrale raad van bestuur te liggen.

Instellingen moeten voortaan hun bestaansrecht permanent bewijzen: de KNAW en NWO gaan iedere vier jaar alle kennisinstituten evalueren. Dit kan leiden tot nieuwe instituten, fusies of het verdwijnen van instituten. Eens in de twee jaar zal de Balans van de Wetenschap uit worden gebracht, een analyse over het functioneren van het gehele wetenschapsbestel.

 advertorial 

Big Bits&Chips Real-Life Reunion

After a successful first edition of the Bits&Chips Event last year, we’re organizing a second edition on 9 June 2022, again at the Evoluon in Eindhoven. We’re looking forward to a live event again after months of not being able to attend them. Get your tickets now!

De bekostiging van universiteiten wordt voortaan berekend aan de hand van driejarige gemiddelden. Hierdoor wordt het makkelijker voor universiteiten om te investeren in langduriger fundamenteel onderzoek. Het kabinet gaat dat faciliteren door structureel vijftig miljoen euro ter beschikking te stellen voor matching met Europese projecten.

De prikkel voor universiteiten om zoveel mogelijk promovendi te hebben, wordt verlaagd. Maximaal twintig procent van hun financiering zal nog op basis van het aantal gepromoveerden zijn, het vrijgekomen geld wordt ingezet voor de profilering van de instellingen, dit kan maximaal oplopen tot 95 miljoen euro. Wetenschappers zullen minder worden afgerekend op publicaties: ook onderwijs, ondernemerschap en valorisatie zal een rol gaan spelen in hun beoordeling.