Paul van Gerven
2 November 2010

Experts zijn het er niet over eens of de nieuwe innovatierichting die het kabinet Rutte-Verhagen inslaat de juiste is, maar de streep door het belangrijkste beleidsinstrument op lange termijn belooft weinig goeds.

Het oordeel van innovatie-expert Luc Soete over de plannen van het kersverse kabinet Rutte-Verhagen is niet mals. ’Bijzonder schadelijk. Nederland is een van de landen die het minst te lijden hebben gehad onder de crisis, maar stimulering van innovatie lijkt juist hier de hardste klappen te krijgen‘, zegt de oprichter en directeur van het Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology en lid van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT). Het is een voorlopig oordeel, voegt Soete eraan toe. ’De richting die het akkoord aangeeft, belooft wat mij betreft niet veel goeds, maar we moeten afwachten wat bewindslieden ervan gaan maken.‘

Deze uitspraak is gericht aan Maxime Verhagen, die een sleutelpositie bezet op het nieuwe ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Is een ’eigen‘, zij het gedeeld, ministerie van Innovatie een signaal dat het kabinet innovatie hoog in het vaandel heeft? Of een opmaat naar een kaalslag, zoals Soete vreest?

Het regeerakkoord geeft tegenstrijdige signalen af. Het nieuwe ministerie ’heeft tot taak een concurrerend, algemeen ondernemingsklimaat te bevorderen en zal – in aanvulling daarop – een stimulerend beleid ontwikkelen voor de huidige en toekomstige economische topgebieden van Nederland, zoals water, voedsel, tuinbouw, hightech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie‘, staat in het document.

Minister Verhagen heeft dus een dubbele opdracht. Enerzijds moet hij innovatiebeleid op een leest schoeien die mag worden verwacht van een rechts-liberale ploeg: generieke stimulering van R&D, ten koste van meer specifieke maatregelen. ’Subsidies worden alleen verstrekt indien de effectiviteit ervan is bewezen. Dit leidt onder meer tot inkrimping van het AgentschapNL. De verlaging van subsidies wordt gecompenseerd door lastenverlaging via de vennootschapsbelasting en Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO)‘, staat in het regeerakkoord. Subsidies worden bovendien leningen, die bij succes moeten worden terugbetaald.

 advertorial 

The waves of Agile

Derk-Jan de Grood has created a rich source of knowledge for Agile coaches and leaders. With practical tips to create a learning organization that delivers quality solutions with business value. Order The waves of Agile here.

Soete is er niet van gecharmeerd, maar Alfred Kleinknecht, hoogleraar innovatiebeleid aan de TU Delft, vindt het een prima plan. ’AgentschapNL heeft een oerwoud van regelingen. Vooral voor kleinere bedrijven is het niet te doen om daar een weg in te vinden. Het is goed om dat op te schonen. Bovendien vond ik de WBSO in Nederland altijd al wat laag vergeleken bij andere landen. Het terugbetalen van subsidie doet denken aan het Technisch Ontwikkelingskrediet, een regeling die jarenlang uitstekend heeft gefunctioneerd maar door een of andere domoor is afgeschaft.‘

Niet gerust

Anderzijds moet Verhagen de sleutelgebieden, zo‘n beetje het boegbeeld van een sturende overheid op innovatiegebied, vertroetelen. De sleutelgebieden zijn een erfenis van het Innovatieplatform en afgelopen jaar nadrukkelijk naar voren geschoven door zowel bedrijfsleven als beleidsadviseurs. Ook Soete is er een groot voorstander van. ’Als klein land is het logisch dat je keuzes maakt en inzet op sterktes. Met overheidsbemoeienis heeft dat weinig te maken; deze gebieden hebben zich grotendeels op eigen kracht opgewerkt tot belangrijke pijlers van de economie.‘

Het nieuwe kabinet lijkt dat te onderschrijven, met de aanvulling dat clustering van bedrijven in valleys en ports (Brainport wordt met name genoemd) moet worden gestimuleerd, net als samenwerking met de overheid. In het kabinet is afgesproken dat clusters onder regionale regie komen en het regionaal economisch beleid van de rijksoverheid wordt geschrapt. Om de samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid te smeren, krijgen de Kenniswerkersregeling en de Innovatieprestatiecontracten een vervolg.

Daar lijken toch taken bij de overheid te blijven, maar Soete is er niet gerust op. Zonder financiële onderbouwing bieden zulke teksten in tijden van budgettaire krapte weinig perspectief, vindt de Maastrichtse hoogleraar. ’Bovendien lijkt de verzameling maatregelen in het regeerakkoord bijzonder veel op het scenario dat eerder dit jaar is opgesteld bij de heroverwegingen. Die hadden ten doel twintig procent te bezuinigen op een beleidsterrein.‘ Soete vreest dus niet alleen de liberale hervorming, maar ook een forse bezuiniging.

Op één terrein krijgt Soete in ieder geval – en tot zijn spijt –  gelijk. Het Fonds Economische Structuurversterking, een van de belangrijkste instrumenten om innovatiebeleid op lange termijn uit te zetten, wordt opgeheven. ’Ook al een aanwijzing dat van gericht innovatiebeleid weinig terecht gaat komen‘, vindt Soete. Collega Kleinknecht valt hem hier wel bij. ’Een duidelijk signaal: asfalt is belangrijker dan kennis.‘